
Die antwoordde: 'Ik zal de regen stoppen!'
Natuurlijk kon Pieterlutje de regen niet stoppen. Hij was maar een klein kaboutertje en de lucht is nu eenmaal heel groot. Pieterlutje wist dit ook wel, maar hij vond het heel sneu dat Donnie helemaal doorweekt raakte als het regende. Terwijl Donnie hem nauwlettend in de gaten hield, huppelde Pieterlutje in het rond.
Hij fladderde bij de bosjes, hij trappelde bij het heuveltje en hij sprong bij de lage boombladeren. Donnie werd er alleen maar bozer van. Waarom was dat kaboutertje zo aan het ronddansen? Hier voelde hij zich niet door geholpen. Toch werd het gedruppel al snel minder. Donnie richtte zijn blik voor het eerst die dag naar boven. Pieterlutje toch!
Met al zijn gehuppel en gespring had hij telkens een paar takken naar elkaar toe gebogen. Al die takken en bladeren bij elkaar vormden nu een dak, waardoor Donnie heerlijk droog zat.
'Helaas,' zei Pieterlutje, 'Ik kan het niet laten stoppen met regenen. Maar wanneer je voortaan de eerste druppels voelt, dan kom je gewoon hierheen. Dit is vanaf nu jouw schuilplaats voor de regen.' Donnie bekeek zijn nieuwe schuilplaats. Daarna keek hij naar Pieterlutje.
Zijn norse uitdrukking maakte langzaam plaats voor een lach. 'Pieterlutje, dank je wel!' bracht hij uit. Vanaf die dag was Donnie nooit meer nukkig vanwege regen. Hij werd nog wel eens boos op Pieterlutje, maar dat is een heel ander verhaal.
