
Die antwoordde: 'Nou, helemaal niets!'
Donnie sprong op en ging breed voor het kaboutertje staan. 'Helemaal niets? En waarom dan wel niet?' brulde hij. Pieterlutje pakte rustig zijn bril van zijn grote neus en begon die te poetsen. 'Omdat niemand de baas is over regen,' zei hij zachtjes. 'De regen stopt wanneer de regen stopt, daar kan niemand iets aan doen. Wat we wel kunnen doen, is wachten.' Hij ging op een steen naast Donnie zitten. Donnie wist niet wat hij moest doen. Hij plofte naast Pieterlutje neer.
Zo zaten ze een tijdje zwijgend naast elkaar. Er vielen steeds minder druppels uit de lucht, tot de regen volledig stopte. Donnie keek Pieterlutje vragend aan. 'Zie je, Donnie, soms gebeuren er dingen waar je niets aan kan doen. Dan kun je heel boos worden, of heel verdrietig. Houdt de regen daardoor eerder op? Nee. Regenbuien gaan altijd voorbij. Als je dat onthoudt, zal het je niet zozeer deren.' Donnie dacht hier even over na. Er verscheen langzaam een glimlach op zijn gezicht. Vanaf die dag kon Donnie lachen als het regende. Hij zou nog maar één keer boos worden op Pieterlutje, maar dat is een ander verhaal.
